karinn.reismee.nl

So long, farewell, auf wiedersehen, adieu!

En het is zover: het laatste reisverhaal van deze reis! (Snik) Nog een keertje zal ik jullie op de hoogte brengen van wat ik de afgelopen week heb gedaan, en dan is het echt uit met de pret.

Afgelopen week heb ik nog doorgebracht in Vietnam. Zondagochtend was ik in Hue, de oude keizerlijke stad van Vietnam. De belangrijkste bezienswaardigheid hier is de Citadel, met daarin de Imperial City en Forbidden Purple City. Hoewel er nog wel een aantal dingen te zien zijn, is er veel ook verloren gegaan tijdens oorlogen in de afgelopen eeuw. Hoewel de Vietnamezen de verwoeste delen aan het restaureren zijn, is er nog veel fantasie nodig om te bedenken hoe het vroeger moet zijn geweest. Toch is het leuk om te zien; een groot bijkomend voordeel is dat er geen motortaxi/cyclochauffeurs in de Imperial City mogen komen, dus het is er heerlijk rustig. (Tijdens mijn wandeltochtje van hostel naar citadel [15 minuutjes] ben ik namelijk al tientallen keren gevraagd of ik niet met de motortaxi/cyclo wilde gaan. NEE!!!). Na de citadel loop ik nog wat meer door de stad, over een lokale markt en richting een pagoda, totdat de nacht in de bus zijn tol begint te eisen en ik een middagdutje doe in het hostel.

Poort in de Imperial City
In het hostel bleek ik niet de enige Nederlander te zijn: met 5 andere Nederlanders heb ik een leuk happy hour gehad (gratis bier van 5 tot 6!), en daarna met 3 Nederlandse meisjes, en jongens uit Israel, Duitsland, Engeland en de VS uit eten gegaan (toch fijn, als je niet in je eentje hoeft te eten 's avonds). De dag daarna (maandag) heb ik 's ochtends een tour gedaan langs 3 keizerlijke tombes in de omgeving. Ik was eigenlijk wel klaar met de tours hier - het is toch fijner als je zelf kunt bepalen waar je heen gaat en hoe lang je ergens blijft - maar aangezien ik 's middags om half 2 de bus naar Hoi An wilde pakken, besloot ik dat het toch de snelste en makkelijkste manier was om nog wat te zien. En ik ben niet teleurgesteld, de tombes waren indrukwekkend, mooi en lekker rustig.
Daarna dus in een bus naar Hoi An gesprongen, waar ik rond vijven aankwam. (Wie verzint zoiets trouwens? Twee steden in een land die qua naam zoveel op elkaar lijken: Hanoi, Hoi An, ik heb ze wel honderd keer door elkaar gehaald). Hoi An ligt min of meer in het midden van het uitgerekte Vietnam en staat op de werelderfgoedlijst dankzij de mooie oude stad. 'Een goed bewaard voorbeeld van een Zuidoost Aziatische handelsstad uit de 15e tot 19e eeuw, met gebouwen die een unieke mengeling van lokale en buitenlandse invloeden vertonen' (aldus Wikipedia - sorry, even geen zin om zelf een betere zin te bedenken :-)). Het komt inderdaad heel Frans over, met veel okergele huisjes (en boulangerietjes met heerlijke gebakjes :D) en gelukkig maar weinig lelijke elektriciteitsdraden - die zijn allemaal netjes weggewerkt.

Bezienswaardigheden van Hoi An

Daarnaast is Hoi An bekend als De Plaats in Vietnam om maatkleding te laten maken, of maatschoenen, of maattassen... In de kleine binnenstad zijn - zonder te overdrijven - rond de 300 kleermakers te vinden. Wat een verleidingen! Dinsdagochtend begeef ik me dus ook meteen naar een van de vele kleermakers, eentje die me was aangeraden door een Amerikaans meisje die ik in Hanoi had ontmoet. Voor een luttele 114 dollar bestel ik een nieuwe winterjas (tsja, ik moet toch IETS hebben als ik weer in Nederland aankom..), een linnen broek, een nette grijze broek, twee blousen en een korte broek. Hoera voor Hoi An! De meeste kleren zitten bij de eerste passessie meteen goed, alleen laat ik de winterjas nog iets uitnemen (hier in Vietnam zijn ze minder bekend met het concept 'winter', en dat je dan onder je winterjas graag nog een dikke trui aan wilt).
Verder heb ik mijn dagen in Hoi An doorgebracht met een beetje door het stadje lopen of fietsen, lezen in een van de Twilight-boeken (daar ben ik hier een beetje verslingerd geraakt), gebakjes eten, heerlijke Vietnamese koffie drinken (met zoete, gecondenseerde melk), en shoppen. Woensdag heb ik hier op het strand gelegen en geprobeerd er zoveel van te genieten dat ik de komende koude tijd in Europa doorkom. Die dag was Sandra (het Duitse meisje dat ik in Hanoi had ontmoet) inmiddels ook in Hoi An aangekomen, gezellig en leuk om haar weer te zien!

Hoi An
En sinds afgelopen donderdag ben ik eigenlijk bezig om weer terug naar huis te komen. Eerst om half 1 in de bus naar Hue gestapt, alwaar ik overstapte op de nachtbus naar Hanoi. Vrijdagochtend vroeg was ik weer in mijn hostel in Hanoi. Overdag nog wat door de stad gelopen en van het mooie weer genoten. Leuk om te zien: rondom het meertje in de stad worden een stuk of tien bruidspaartjes semi-professioneel op de foto gezet. Fotoshoots, daar houden ze wel van hier! In het oude centrum tussen de locals van een noodle soup genoten, zittend op een van de vele kleine plastic krukjes. Daarna naar een traditionele Vietnamese voorstelling geweest: water puppets. Dit is een soort poppenkast, waarbij de 'echte' mensen achter een scherm zijn verstopt en op lange stokken poppen in het water bewegen, op de maat van traditionele muziek. Leuk om een keer te zien. 's Avonds nog een keer Vietnamees gegeten - heerlijk!

Gisterochtend vroeg ben ik naar Bangkok gevlogen, waar ik me nu bevind. Ik ben niet meer echt gemotiveerd om veel aan sight-seeing te doen, dus ik breng mijn dag lekker door in de Starbucks met het derde deel van Twilight (zover ben ik al sinds afgelopen dinsdag, *lichte schaamte*). En gisteravond heb ik weer iemand ontmoet uit Nederland: dit keer de vriendin van m'n broertje. Ik onderhoud wel zijn sociale contacten hier in Thailand, zeg! (Hoewel ik een licht vermoeden heb dat hij zijn vriendin liever zelf zou ontmoeten dan via mij). Merel en haar reisgenootje Nikki zijn een week na mij vertrokken richting Thailand, en zijn via Laos en Cambodja weer terug in Bangkok, klaar om naar de zuidelijke eilanden te gaan. Zij gaan nu nog 5 maanden reizen. Het is superleuk om ze te zien en gelukkig hoef ik nu wederom niet alleen te eten 's avonds (dat is toch het minst leuke deel van alleen reizen).

En nu is het zondag, de dag van mijn vertrek. Ik heb mijn backpack voor de laatste keer hier ingepakt (hij zit weer lekker vol met al die nieuwe kleding), ben voor de laatste keer uitgechekct uit mijn hostel. Grappig genoeg had ik hier weer precies hetzelfde bed als toen Corine en ik net aankwamen. De cirkel is rond, dus! Ik heb nu echt heel veel zin om naar huis te gaan; het is mooi geweest. Ik heb echt een fantastische reis gehad, en ik had er niets van willen missen. Ik weet zeker dat ik thuis nog lang ga nagenieten van mijn vele, vele foto's en herinneringen. Ik hoop alleen dat ik geen problemen heb om te landen op Dusseldorf. Laten we hopen dat maandag rond 1 uur 's middags even plaatselijke dooi intreedt; ik heb weinig zin om nog langer dan strikt noodzakelijk op Dubai door te brengen!

Heel erg bedankt voor al jullie leuke reacties de twee maanden. Van mensen waarvan ik het had verwacht (ouders, vriendjelief), tot aan mensen die ik minder had verwacht (de collega's van m'n moeder), ik vond het van iedereen even leuk om iets te horen. Fijn dat iedereen zo meeleefde! Hopelijk spreek ik jullie binnenkort in levende lijve. Tot die tijd:

Laagorn, sohk dee, leah heuy, xin chao!

(En gelukkig hebben we de foto's nog! Zie meer van Hue & Hoi An).

It's a small world after all

Hallo allemaal!

Waar waren we ook alweer gebleven? O ja, in Bangkok, 1,5 week terug. Vrijdag 3 december heb ik 's ochtends vroeg afscheid genomen van Corine (maar niet voordat we allebei een maatpak hadden laten aanmeten in de dagen ervoor!). Vrijdag heb ik lekker gechillt, boekje gelezen in de Starbucks onder het genot van kerstliedjes, kortom: even rustig aan gedaan. Al dat reizen is maar vermoeiend ;-). 's Avonds heb ik mezelf getrakteerd op een filmpje in een ENORME bioscoop in een ENORM winkelcentrum. Mooi vermaak, al die Thai die er winkelen en eten. Voor de film (Harry Potter 7) begon, werd ook nog het volkslied gespeeld en werden er beelden van de koning getoond. Iedereen staan, graag!

Zaterdag heb ik een van mijn eerste grappige/toevallige/bijzondere ontmoetingen van de afgelopen week gehad. Een vriend van mijn broertje die piloot is bij Qatar Airways vloog namelijk op Bangkok en had wat tijd over daar, dus hebben we afgesproken bij de Weekend Market. Toen we elkaar eenmaal gevonden hadden (welke witte toren met een klok bedoel je precies?) was het heel gezellig! Ik heb mijn eerste kokosnoot-drankje geprobeerd en hij heeft een Boeddha-hoofd gekocht, dus ik zou zeggen: geslaagde middag :-). 's Avonds voor het eerst alleen in een restaurant gegeten, onder het mom van: je moet alles een keer proberen. Viel niet tegen, hoewel het natuurlijk wel veel gezelliger is met iemand anders. Na het eten met een leuk meisje uit mijn dorm nog even de stad in geweest en nog een nieuwe ervaring opgedaan, namelijk sprinkhaan eten! Het smaakte een beetje naar garnaal, niet zo verkeerd dus.'s Avonds in mijn dorm Ontmoeting 2: een Amerikaans meisje (@ Corine: Kate) die we aan het begin van onze reis in hetzelfde hostel al ontmoet hadden, en die ik dus nu weer tegenkwam. Grappig detail: zij kwam net uit Hanoi waar ze in hetzelfde hostel bleef als waar ik later zou verblijven. Wat een kleine wereld!

Zondagochtend vroeg ben ik eerst naar de Floating Market geweest, ongeveer 2 uur rijden van Bangkok. Leuk om een keer gezien te hebben, hoewel het wel (zoals ik al had verwacht) erg toeristisch is. Op een gegeven moment liggen er zoveel bootjes met toeristen en marktwaar in het water dat je het water zelf niet eens meer ziet. Maar het was een mooi tijdverdrijf die ochtend om naar de Thaise verkopers te kijken, en de foto's zijn best leuk. (Mijn favoriete boot was natuurlijk de Mango Sticky Rice-Boot!). Ontmoeting nummer 3 die dag: vanuit de bus zie ik twee keer een Duits stel die ik op de slowboat in Laos heb ontmoet. Kleine wereld: Iedereen maakt hetzelfde rondje!

Zondagavond had ik afgesproken met twee Nieuw-Zeelanders die ik ook op diezelfde slowboat had ontmoet: Matt en Sophie. Met hen probeer ik de bootshow ter ere van de 83e verjaardag van de koning te zien. De koning is hier ontzettend populair en op zijn verjaardag wordt er dan ook flink uitgepakt (ook al is hij zelf te oud om ervan te kunnen genieten). De bootshow vinden we uiteindelijk te druk, dus vertrekken we naar Ratchadamnoen Road, een grote straat in Bangkok die is afgezet voor het verkeer. Duizenden mensen zitten hier te wachten op half 8, als er een lied wordt gespeeld en er siervuurwerk wordt afgestoken (misschien is de koning op dit tijdstip geboren?). Een uur later, rond kwart voor 9, worden er in een keer duizenden papieren wensballonnen in de lucht gelaten. Een superbijzonder moment en echt een magisch gezicht. Wij laten uiteraard ook een ballon op; wat nog niet makkelijk blijkt te zijn: die van Matt en Sophie stort bijna neer. Ik ben benieuwd of de brandweer het die avond heel druk heeft gehad in en rond Bangkok...

De volgende ochtend was het op naar Vietnam! Mijn tas liet zich een stuk makkelijker inpakken aangezien ik een doos (van 4 kilo) met souvenirs naar huis heb gestuurd. Nu kan ik in Vietnam weer flink inslaan! In het hostel in Hanoi ontmoet ik meteen een aardig Duits meisje, Sandra, waar ik afgelopen week mee heb opgetrokken. Maandag meteen naar de Temple of Literature, een belangrijke tempel in Hanoi, en de One Pillar Pagoda. De tempels hier hebben een veel meer Chinese stijl, wat een leuke afwisseling is van de tempels in Thailand en Laos. Dinsdag zijn we naar de Perfume Pagoda geweest, een vrij afgelegen grot met een gebedsruimte erin. Eerst twee uur met de bus, dan een uur in een roeibootje, en vervolgens nog een uur lopen om er te komen (en daarna hetzelfde weer om er weg te komen). Ondanks het druilerige weer was het het zeker waard.

De volgende ochtend alweer vroeg op, dit keer om richting Halong Bay te gaan! Dit is een van de absolute hoogtepunten van Vietnam: een baai met allerlei limestone kliffen en eilandjes. En wie kom ik tegen bij het ontbijt (ontmoeting nummer 5)? Twee Amerikaanse jongens, Trevor en Jeff, die Corine en ik gedurende onze reis constant tegen kwamen. Eerst in Bangkok, in ons hostel, en daarna in Chiang Mai, Louang Prabang, en Vientiane (diep in Laos, dus). Ik wist dat zij naar Vietnam zouden gaan, maar ik dacht ook dat ze er waarschijnlijk allang weer weg waren. Blijkt dat zij hun route hadden aangepast, EN diezelfde dag ook naar Halong Bay gaan, op dezelfde tour. It is a small world after all :-). Als je het over de gebaande paden hebt, dan bevind ik me hier in Zuid-Oost Azie nog steeds op het asfalt.

De tour naar Halong Bay is mooi. We blijven een nachtje op een boot in de baai, dat is wel bijzonder (en bijzonder leuk!). Overdag bezoeken we nog een grot en zien Sandra en ik de zonsondergang vanuit een kajak op het water. Moments to remember! We hebben een leuke en jonge groep, wat de avond ook gezellig maakt.

De dag erna varen we naar Cat Ba eiland, een groot eiland in Halong Bay, waar we ook een nachtje in een hotel verblijven. De '3 voor de prijs van 2'-cocktails 's avonds gaan er goed in, zeker de Oreo-cocktail! De dag erna (afgelopen vrijdag) reizen we weer terug naar Hanoi, waar we een Open Bus-ticket regelen om verder te reizen. Gisteren, zaterdag 11 december, hebben we lekker uitgeslapen en zijn we daarna naar het History Museum geweest. Niet veel gedaan, want het regende flink! In tegenstelling tot Thailand, Laos en Cambodja is dit niet de beste maand om in Vietnam rond te reizen...

Gisteravond bleek dat Sandra niet samen met mij verder kon reizen, omdat haar paspoort nog bij de Chinese ambassade ligt in afwachting van het visum. Dat is wel een tegenvaller, omdat we voor de komende week dezelfde plannen hadden. Ik heb gisteravond wel de nachtbus naar Hue gepakt, want ik heb helaas niet de tijd om op haar te blijven wachten. Maar het plan is om elkaar dinsdag in Hoi An weer te ontmoeten, dus dat is leuk!

Nu ben ik net vers uit de bus aangekomen in het Backpackers Hostel in Hue. Hier is het een stuk mooier weer, denk: warme lentedag. Zometeen ga ik op een fietsje hier wat rondkijken, denk ik. Morgen ga ik waarschijnlijk verder naar Hoi An, waar ik een paar dagen blijf. Donderdagnacht dan weer terug naar Hanoi, en zaterdagochtend vlieg ik weer naar Bangkok. He, dan zit het er alweer bijna op. Nog maar een weekje en dan ben ik weer thuis! Hoewel ik natuurlijk wel zin heb om iedereen weer te zien, heb ik het ook goed naar m'n zin hier en wil ik nog niet dat het voorbij is! Misschien maar snel weer een nieuwe reis plannen zodra ik terugben... ;-).

Bedankt voor jullie leuke reacties op mijn laatste verhaal, dat heeft me goed gedaan!

Zoals altijd staan de foto's weer op Flickr. De foto's van de Floating Market en de wensballonnen in Bangkok vinden jullie hier; de foto's van Hanoi en Halong Bay hier. Enjoy!

One Week in Paradise

[Waarschuwing: Het volgende bericht kan leiden tot ernstige gevoelens van jaloezie.]

Hallo allemaal!

Sinds het vorige berichtje bevinden Corine en ik ons al lang en breed weer in Thailand. Wat heet: we zijn naar het Paradijs geweest en (helaas) daaruit teruggekeerd. Dit reisverhaal beschrijft namelijk ons verblijf op het hemelse Ko Phi Phi. Afgelopen zondag 21 november kwamen we met de ferry aan op Ko Phi Phi, en ja: het is inderdaad net zo mooi als op de foto's. Palmbomen, helderblauw water, witte stranden, zon, wat wil je nog meer? Het was er zelfs heel rustig, omdat het volle maan was, en er dan traditiegetrouw Full Moon Party's op Ko Pha Ngan worden gegeven. Deze volle maan was echter extra bijzonder, omdat het Thaise feest 'Loi Krathong' werd gevierd. 'Loi' betekent 'drijven' en een 'krathong' is een soort bootje gemaakt van bananenbladeren, versierd met bloemen, kaarsen en wierook. 's Avonds, als het donker wordt, steek je de kaarsen/wierook aan en laat je hem het water in, terwijl je een wens doet. (Detail: om de wens te laten uitkomen moet je er ook wat vingernagels en een haar bij doen). Corine en ik hebben dit natuurlijk ook gedaan! Helaas was het lot ons niet zo goed gezind, aangezien het keihard plenste toen wij onze krathong in het water lieten, maar dat mocht de pret niet drukken :).

Naast uitslapen, zonnebaden en geld uitgeven in een van de vele souvenirsshops op het eiland hebben we ons vermaakt met een tour rondom Ko Phi Phi Don (het 'hoofd'-eiland waar wij zaten) en Ko Phi Phi Leh (het kleinere broertje waar geen winkels en hotels zijn). Zo hebben we onder andere Maya Bay gezien, waar de strandscenes uit de film 'The Beach' zijn opgenomen (ook al is dit strand volgens de film in de buurt van Ko Pha Ngan, aan de andere kant van Thailand). Dit strand is inderdaad heel erg mooi! Alleen jammer dat je het met zo'n vijfhonderd andere toeristen deelt... Mooier vond ik dan ook Bamboo Island, een waar tropisch eilandje waar je met een stuk minder toeristen bent.
De dag daarna zijn we wezen duiken! Omdat we allebei geen duikbrevet hebben, maar het wel een keertje willen proberen, doen we een introductiedag met twee duiken op circa 12 meter. De eerste keer worden ons eerst wat skills aangeleerd, zoals water uit je duikbril halen (onder water) en (eveneens onder water) je regulator (= ademapparaat) uit je mond halen en weer terug in je mond stoppen zonder te verdrinken. Redelijk essentiele skills, dus :). Dan is het tijd om echt onder water te verdwijnen. Dit vind ik stiekem toch wel spannend; het beneden rondzwemmen is prima, maar naar beneden zakken, dat voelt toch wel onnatuurlijk. Beneden is gelukkig voldoende te zien, onder andere zeeschildpadden! Nemo hebben we helaas niet gevonden (maar goed, de film heet dan ook 'Finding Nemo'). Na een uur pauze bij Maya Bay gaan we weer naar beneden. Corine besluit te gaan snorkelen in verband met problemen met duikbril/regulator en 4 liter zeewater in d'r mond tijdens de eerste duik. Gelukkig ziet ze vanaf de bovenkant ook de zeeschildpadden zwemmen. Deze tweede duik is een stuk langer, zo'n 50 minuten, omdat we nu meteen kunnen gaan duiken. Aan het einde van deze duik krijgen ze me zelfs zo ver om, op 12 meter diepte, vrijwillig mijn regulator uit m'n mond te halen om bubbel-ringen te blazen (wat niet echt lukt, helaas). Toch een mooie ervaring!

De twee dagen erna hebben we lekker geluierd op het strand en genoten van de prachtige omgeving. Daarna besloten we toch maar om het paradijs te verlaten en naar Railay te gaan, om te kijken of er toch niet een nog mooier strand was. Het antwoord is: nee. Waar je op Ko Phi Phi niets meer merkt van de tsunami (afgezien van het 'Wat te doen bij een tsunami?'-informatieblad in onze hotelkamer), ziet Railay eruit alsof de tsunami vorig jaar nog is geweest: veel minder winkeltjes, slechte wegen, slecht afgewerkt. Gelukkig zijn we hier niet lang geweest! Gisteren hebben we namelijk de nachtbus naar Bangkok gepakt, waar we ons nu bevinden.

Het einde van onze gezamenlijke reis komt er namelijk aan! Helaas (voor mij) verlaat Corine me vrijdagochtend vroeg om weer terug naar Nederland te vliegen, en zal ik het nog 2,5 week zelf moeten redden hier. Ik kijk er nog niet echt naar uit (Zal ik wel leuke mensen tegenkomen?? Wat moet ik gaan doen al die tijd??), om eerlijk te zijn, want we hebben het superleuk gehad samen (zelfs nul keer ruzie gehad). Maar ik ben plannen aan het maken voor het laatste deel van m'n reis. Misschien ga ik nog wel naar Vietnam (als ik het aandurf als meisje alleen) of naar Maleisie, of misschien ga ik Thailand nog wat verder ontdekken (hoewel ik de meeste hoogtepunten toch al wel heb gehad). Wat een keuzestress... :) Tips zijn zeker welkom!

Update: Ik heb inmiddels besloten om naar Vietnam af te reizen! De visumaanvraag is al gedaan, en als ik geen extra pillen of inentingen nodig heb, wil ik maandag naar Hanoi vliegen. Spannend en leuk!

Last but not least, nog wat foto's van Ko Phi Phi. Omdat het er zo mooi is (en omdat ik het niet kan laten :P). Ik hoop dat deze foto's jullie thuis een beetje opwarmen!

Indrukken van Cambodja

Sousdai en welkom in Cambodja, waar Corine en ik ons afgelopen week hebben bevonden.De vlucht van Vientiane naar Phnom Penh (afgelopen vrijdag) was zo kort dat we ons eten en drinken aan boord nog amper op hadden. Met een taxi naar ons guesthouse doen we al een hoop indrukken van Cambodja op. Op het eerste gezicht is Phnom Penh veel groter dan Vientiane, en ook warmer, drukker, armer en vuiler. Bij mij kwam de associatie met Delhi op; hoewel ik daar nooit ben geweest, komt het beeld dat ik van die stad heb aardig in de richting van Phnom Penh. Ook hier leven mensen veel op straat (tussen het vuil) en zijn de geuren niet altijd even best te verdragen. 's Avonds in ons restaurantje komen er regelmatig kinderen langs om boeken aan ons te verkopen, evenals mensen in rolstoelen een of meer ledematen missen.
Sowieso voel ik me hier af en toe een wandelende portemonnee. Als je over een willekeurig stukje straat loopt, kun je geen enkele richting uitkijken zonder dat er iemand aan je om geld vraagt. Voor een tuktuk, voor sieraden/eten/boeken/andere waar, of je wordt door 'gewone' bedelaars aangesproken. In combinatie met de drukte en de warmte levert dit niet altijd een vriendelijk antwoord op (NO!).

Kortom: Phnom Penh is niet zo mijn stad. 'Gelukkig' hebben we maar weinig tijd daadwerkelijk in de stad doorgebracht. Omdat ik me niet zo super voelde zijn we twee dagen op onze hotelkamer (met airco!) gebleven, hebben we een dvd-speler gehuurd en films gekeken. Heerlijk! Even tot rust komen. Onze hotelkamer als veilige haven: zelfs ons ontbijt, lunch en diner hebben we er gegeten :-). Zondag hebben we een privétour door de stad genomen; aangezien er geen andere touristen voor de city tour waren, zaten Corine en ik prinsesheerlijk in een ge-airco-de minivan die ons de hoogtepunten van de stad liet zien.

Of dieptepunten? Onze tour begon bij de Killing Fields, bekend door de duizenden Cambodjanen die hier zijn vermoord door de Rode Khmer tussen 1975 en 1979. Ongeveer net zo gezellig als een concentratiekamp bezoeken, dus. Je kunt niet anders dan diep onder de indruk raken van de verhalen, gruwelijke details en expliciete overblijfselen: in het midden van de Killing Fields staat een Stupa, een herinneringszuil waarin schedels en kleding van de slachtoffers zijn opgeborgen. Na de Killing Fields zijn we bij het Tuol Sleng museum geweest, de geheime gevangenis waar Pol Pot en zijn mede-genocide-plegers mensen martelden om ze allerlei zaken te laten bekennen. In het begin alleen de elite, intelligente mensen (dat was je ook al als je een bril droeg) en stadsmensen, later ook gewoon hun eigen soldaten uit paranoide neigingen. Dit museum is zo mogelijk nog gruwelijker dan de Killing Fields: in vier grote oud-school-gebouwen bevinden zich veel kale kamers waarin nog een bed staat, en aan de muur een foto van het laatste slachtoffer dat er werd gevonden; foto's van de mensen voordat ze gedood werden; schilderingen van de martelingen die werden uitgevoerd (die heb ik niet eens bekeken, moet ik toegeven, te erg). Brrr... Gelukkig brengt de City Tour ons ook langs vrolijkere bezienswaardigheden zoals de Russian Market (aardige souvenirs) en het Royal Palace (wederom veel Boeddha's, pracht & praal).

Afgelopen maandag zijn we met de bus vertrokken naar Siem Reap. Bussen door een land blijft toch leuk. In tegenstelling tot Laos is Cambodja heel erg plat en groen vanwege het regenseizoen (we voelen ons dan ook erg thuis). Vanuit de bus kun je kilometersver kijken en kom je langs rijstvelden en veel huisjes op hoge palen. Dit alles onder het genot van een constante stroomCambodjaanse en Engelse zwijmelmuziek (met sing-a-long ondertitels). In Siem Reap vinden we wederom een guesthouse dat gerund wordt door een familie. Erg gezellig is dat! Omdat we er een kleine week zullen verblijven probeer ik onze kamer wat huiselijker te maken door foto's van thuis op te hangen. Denk ik toch nog een beetje aan jullie :-).

Afgelopen dinsdag waren we toe aan een van de hoogtepunten van onze trip: Angkor! Angkor is een tempelcomplex uit de 9e tot 13e eeuw, waar in die tijd het centrum van de Cambodjaanse macht was, totdat het redelijk plotseling werd verlaten en pas in de 19e eeuw weer 'teruggevonden' door de Fransen. Het park beslaat ongeveer 150 vierkante kilometer en er zijn meerdere tempels, de meest bekende is wel 'Angkor Wat'. Samen met vier anderen uit ons guesthouse begeven we ons dinsdagochtend vroeg naar Angkor, met persoonlijke gids. Wij hebben een toegangspas voor drie dagen gekocht, en dinsdag stond het 'kleine circuit' op het programma, met de echte hoogtepunten die zich dicht bij elkaar bevinden: Angkor Wat; Angkor Thom (een stad binnen Angkor van 3 km2 groot), waarbinnen we de Bayon-tempel bekijken die versierd is met heel veel Boeddha-hoofden; en Ta Prohm. Deze laatste tempel zullen de kijkers thuis misschien herkennen uit Lara Croft: Tomb Raider, waar een aantal scenes zich afspelen. Deze laatste tempel vond ik veruit het mooist. Het is een rommeltje om te zien, aangezien de tempel wordt overgroeid door enorme boomwortels, maar dat maakt het ook weer heel erg mooi, bijna magisch.

Ta Prohm / 'Tomb Raider'-tempel

Aan het einde van deze dag gaan we naar een heuvel waar op zich (uiteraard) een tempel bevindt, om daarvandaan de zonsondergang te zien. Zoals gezegd is het wel regenseizoen, en onze gids waarschuwde al dat de zonsondergang misschien niet te zien zou zijn. Gelukkig voor ons is de zon prima in beeld. Maar omdat iedereen die kant op kijkt, ziet niemand de enorme stortbui boven ons hoofd aankomen... In het begin zijn het slechts een paar druppeltjes, en is er ook een mooie regenboog, maar zodra het echt begint te hozen, trekken we onze roze poncho's aan en glibberen we naar beneden. Heerlijk, zo'n verkoelend buitje!


Woensdag zijn we er met ons tweeen op uit getrokken om het 'grand circuit' te doen, met tempels die ook mooi zijn (hoewel niet de ultieme hoogtepunten), en wat verder van elkaar vandaan liggen. Wederom met een gids - toch wel erg handig met zoveel tempels om te zien - en met onze persoonlijke tuktuk (voel me wel een beetje een luxe-toerist!). Ik zal jullie niet vervelen met de details over alle tempels; ik moet toegeven dat ik zelf ook niet meer precies weet welke koning nu welke tempel heeft gebouwd en waarom :-). Desalniettemin is Angkor voor mij echt een van de hoogtepunten van deze reis. Veel foto's gemaakt, veel nieuwe indrukken opgedaan, en aan het einde van een dag in Angkor wilde ik er eigenlijk niet meer weg! Dus ik zou zeggen: laat de foto's voor zichzelf spreken :-).

Na al dat tempelgeweld hadden Cor en ik wel even behoefte aan wat rust, dus gisteren (donderdag) en vandaag hebben we het rustig aangedaan: lekker in het zwembad om te hoek gezwommen, bijgeslapen en naar de leuke marktjes hier geweest om souvenirtjes te kopen. Vanochtend zijn we wél nog vroeg opgestaan om de zonsopgang bij Angkor Wat te bewonderen. (We mochten tenslotte nog één dag Angkor in.) Om half 5 opstaan, maar dan heb je ook Wat (net zoals de honderden andere toeristen die hun nachtrust ervoor opofferen). Best mooie foto's gemaakt, al zeg ik het zelf.

Zonsopgang bij Angkor Wat

Nu zit onze week in Cambodja er alweer op. Het is snel gegaan hier. Hoewel we alleen de hoofdstad en Angkor/Siem Reap hebben gezien, is het land me wel goed bevallen. Morgenochtend vliegen we naar Phuket, op doorreis naar Ko Phi Phi. Een week chillen op (verschillende) eilanden, en daarna weer terug naar Bangkok, omdat Corine over twee weken alweer teruggaat. De tijd vliegt (en wij ook)!

De foto's staan weer op Flickr: foto's van Phnom Penh en bezienswaardigheden, en natuurlijk van Angkor!

Bedankt voor de reacties tot nu toe; ik vind het heel leuk om iets te horen van het thuisfront! Ik hoop dat jullie niet allemaal verdrinken in de regen en genieten van de gezellige Sinterklaas/kersttijd (daar krijgen wij hier maar weinig van mee).

Good morning Vientiane

Hallo allemaal!

Inmiddels zijn we veilig in Vientiane, de hoofdstad van Laos. Afgelopen dagen hebben we weer een hoop nieuwe ervaringen opgedaan. Eerst begonnen met een vrij spannende busrit van Louang Prabang naar Vang Vieng (afgelopen zondag). Het was een vrij hoge bus, die vervolgens door de bergen van Laos moest over enge kronkelende weggetjes en langs diepe afgronden (geen vangrail). Hoewel het uitzicht prachtig was, was ik ook erg blij toen ik weer met beide benen op de grond stond in Vang Vieng (ik kan me nu ook een stuk beter voorstellen hoe bussen verongelukken in 'dit soort' landen. In Vientiane lazen we een krantenberichtje over een locale bus die in de buurt van Louang Prabang verongelukt was, brrr..).

Vang Vieng zelf is niet zo'n interessant plaatsje; de meeste toeristen komen hier voor het 'tuben': in een band de rivier afvaren en ondertussen (veel) drinken bij een van de barretjes langs de rivier. Zo ook wij. Afgelopen maandag stonden we al vroeg fris & fruitig bij de tube rental. Dit waren al meteen onze twee eerste fouten: we waren te vroeg, en we waren te fris & fruitig. Om 11 uur zaten wij in de eerste bar waar alle tubes te water gaan, en was er nog geen kip (behalve die in onze portemonnee dan). Hoewel in veel reisgidsen staat: pas op, tuben kan gevaarlijk zijn in combinatie met alcohol, wordt drinken sterk aangemoedigd door de bars door middel van gratis whiskeyshots. Tevens word je vriendelijk verzocht eerst een drankje te kopen voordat je van de slinger/trapeze afgaat. Geen wonder dat er af en toe gewonden en zelfs doden vallen... Tientallen dronken toeristen op een houten terras, zonder omheining, 5 meter boven de rivier, dat kan niet veel goeds betekenen... (en dat klopt).
Om half 12 waren er al wat meer mensen en begaven ook wij ons met onze tube de rivier op. Bij het tweede barretje (50 meter verderop) gestopt, wat gedronken, en daarna weer verder gegaan. Dat was onze derde fout: we gingen al te vroeg te ver. Blijkt dat bijna alle barretjes aan het begin zijn, en dat wij al om 1 uur bij een bar aan het einde waren beland, waar normaal de eerste mensen rond half 4 terechtkomen. Het moge duidelijk zijn: we zijn geen goede tubers. Gelukkig was de man bij deze bar bereid om ons met een bootje naar de eerste bar terug te brengen. Hier was het inmiddels superdruk, en werd ons onmiddelijk duidelijk dat tuben absoluut niets voor ons is. Teveel drank, teveel vervelende mensen met suggestieve (en vaak niet eens suggestieve) teksten op hun lichaam geschilderd (met verf die - zo blijkt later - zeer lastig te verwijderen is) en te slechte muziek. We klampen ons dan ook snel aan onze tube vast om ons terug naar Vang Vieng te laten kabbelen. Dit blijkt echter nog zo'n 4 kilometer te zijn, terwijl de zon al in kracht afneemt. Aaaargh! In een tuktuk laten we ons maar terugbrengen naar de stad. Die avond hebben we onszelf maar verwend met een chocolade/banaan-pannekoek. Tuben: niet bepaald our cup of tea!

Dinsdag zijn we dan ook meteen Vang Vieng ontvlucht en richting Vientiane, de hoofdstad, gereist. Dit keer hadden we gekozen voor een minibusje, omdat we geen herhaling wilden van de rit van Louang Prabang naar Vang Vieng. Het minibusje was echter niet perse beter (denk: wegen met gaten waar een minibusje WEL met 70 kilometer per uur over heen raast). De afgelopen weken zijn me sowieso wat kleine verschillen opgevallen tussen het verkeer in Nederland en het verkeer in Thailand en Laos. Een paar basisregels:

  • Hoe meer mensen (of kinderen, honden, kippen) en spullen (zoals rioolbuizen) op een scooter, hoe beter. (Helmen worden niet nodig geacht.)
  • Gordels worden eveneens beschouwd als een overbodige luxe.
  • Op een zebrapad geldt: wie het eerst komt, die het eerst maalt.(In Laos is de variant: auto's rijden altijd door, ongeacht of je al op het zebrapad staat.)
  • Je mag best een straat met eenrichtingsverkeer aan de verkeerde kant inrijden.
  • Toeteren geeft aan: ik ga je inhalen/ik haal je in (dus blijf aan de kant).
  • Een dubbele doorgetrokken streep heeft hier geen betekenis.
  • In de bergen geldt: het volgen van de ideale lijn is toegestaan.
  • Tevens is het toegestaan om over het midden van de weg of zelfs de rijbaan van de tegenliggers te rijden als je wilt inhalen (dit geldt met name voor vrachtwagens).
  • Het is best mogelijk om met 80 kilometer per uur te rijden als er gaten in het wegdek zitten.

Deze laatste regel is vooral van toepassing op onze busreis van Vang Vieng naar Vientiane, die de term 'bumpy ride' een geheel nieuwe dimensie gaf.

Inmiddels zit onze tijd in Vientiane er ook bijna op. De hoofdstad van Laos is niet echt om over naar huis te schrijven. Het is best lelijk, hoewel er veel nieuw gebouwd wordt en men zelfs aan een compleet nieuwe boulevard werkt, die er niet onaardig uit komt te zien. Woensdag zijn we naar 'Buddha Park' geweest. Dit park is ooit ontworpen door een Lao die graag de religies van de wereld (of in ieder geval het Boeddhisme en Hindoeisme) samen te voegen. Het park bestaat uit allerlei beelden die een combinatie moeten vormen van deze twee religies. Het resultaat is een surrealistisch park dat heel bevreemdend op ons overkomt.

Net Indiana Jones!

Net als in Indiana Jones!

Vandaag hebben we de hoogtepunten van Vientiane gedaan: het Museum of Lao Art, de Wat Sisaket, de 'Arc de Triomphe' en de That Luang, het nationale symbool van Laos. Hier waren we (zonder overdrijven) in twee uur mee klaar. Tot zover Vientiane.

That Luang
That Luang

De foto's staan zoals altijd op Flickr. Corine heeft ook weer wat grappige filmpjes geupload, onder andere van mijn heldensprong bij de waterval in Louang Prabang (niet bepaald elegant, geef ik toe) en een stukje van de traditionele dansvoorstelling.

Morgen vliegen we naar Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja en het derde land op onze reisroute. Ik ben heel benieuwd hoe dat zal zijn! We zullen in ieder geval weer moeten wennen aan een nieuwe munt (de riel, die slechts iets meer waard is dan de kip) en een nieuwe taal.

Welkom in Laos!

Sabaidee!

Corine en ik zijn nu een halve week in Laos en hebben alweer veel meegemaakt. Dus sorry mensen, maar ook dit wordt weer een lang verhaal (maar aangezien het nu weekend is, zou ik zeggen: kick back and relax :-)).

Onze reis naar Laos begon in het noord-Thaise stadje Chiang Khong. Dit is een redelijk inspiratieloos plaatsje dat duidelijk bestaat bij de gratie van de toeristen op doorreis naar Laos. Gelukkig hoefden we hier maar 1 nacht te zijn in ons meer dan redelijke guesthouse (zelfs een zwembad!). Bij aankomst werden we verzocht ons paspoort in te leveren. Hoewel ik het niet zo'n fijn idee vond om mijn paspoort af te geven, zou het de dag erna minder wachttijd opleveren, omdat de mensen van het guesthouse dan alvast ons visum zouden aanvragen aan de overkant van de Mekong in Laos. Of ze dat uiteindelijk ook hebben gedaan was voor mij niet helemaal duidelijk, want we moesten alsnog wachten in het grenskantoor. Ik geloof dat we wel 3 of 4 keer ons paspoort terugkregen, weer moesten inleveren, aan iemand laten zien, etcetera. Corine kreeg zelfs eerst haar paspoort niet terug, omdat haar 50-dollar-biljet voor het visum te oud was...? Vlak voor we aan boord gingen,kregen we eerst nog een intimiderend praatje (met ons groepje toeristen) van iemand van een reisbureau (denk ik?) die - terwijl hij onze paspoorten in zijn handen hield - ons van harte welkom heette in Laos, maar ons wel waarschuwde voor de gevaarlijke mensen in Pakbeng, die zeker weten onze tassen zouden proberen te stelen, dus of we niet toch met de bus naar Louang Prabang wilden gaan? Maar we mogen zeker zelf kiezen hoor, we worden tot niets gedwongen?Gelukkig zaten we al snelbeiden veilig met ons paspoort in de slowboat.6 uur langop een smal houten bankje (metspeciaal-gekochtkussentje) over het water van de Mekong, met uitzicht op volbegroeide heuvels, af en toe een hutje of een dorpje, en de mensen op en rond het water om je te vermaken. Niet in de laatste plaats de andere toeristen aan boord! Ik hoop dat de Lao hun beeld van buitenlanders niet alleenbaseren op wat er op de boot gebeurd.. Er wordt me toch wat afgedronken, afgerookt en wat niet meer! Gelukkig zijn er geen mensen overboord gegaan :).
Rond half 6 kwamen we aan in Pakbeng en was het inmiddels donker. Wij als een gek naar onze backpacks toe, wantzodra de boot ook maar enigszins aanmeert klimmen de hotel-mannetjes al aan boord om ons naar hun hotel te lokken. Dan besef je je wel hoe vee zichmoet voelen in een veewagen.. Wij volgen wat mensenuit ons guesthouse in Chiang Khong naar hun geboekteguesthouse, en daar blijkt ook plaats voor ons.Er is weinig te doen in Pakbeng, maar samen met de andere reizigers vermaken we ons inhet restaurant van het hotel, al buffalovlees-etend en Beer Lao-drinkend.
Volgende ochtend weer vroeg in de slowboat,nog eens 8 uur naar Louang Prabang. Dit keer meer tussenstops met locals die de boot op- of afgaan, samen met hun zakken rijst, koeienpoten (vers afgehakt) en kippen (die gaan op het dak). Het is mooi vermaak omnaar deze mensen te kijken. Ook twee monniken aan boord, die het slechte voorbeeldgeven door flink teroken, en hun peuken en lege blikjes Sprite de Mekong in te mikken.Dit is slechts een verklaring voor waarom het Mekong-water zo bruin is... Rond 6 uur komen we aan in Louang Prabang, waar we gewapend met onze Rough Guide een prima hotelletje vinden.

De dag na aankomst (afgelopen donderdag 4 november)hebben we eerstuitgeslapen(best vermoeiend, reizen). Daarna maken we ons op voor onze eerstetempeltour in Laos. Ook in Louang Prabang hebben ze er daar voldoende van! Ik zal jullie niet met de details vermoeien. Wat wel leuk is, is dat deze stad heel Frans (of in ieder geval koloniaal) aan doet. De Fransen hebben hier zo'n 100 jaar gezeten, en daardooris de hoofdstraat meer koloniaal dan Aziatisch, zijn alle bordjes ook in het Frans, spreken veel mensenFrans, zijn hier veel Fransen en kun je overal baguette, croissant en crepes krijgen. Prima!We bezoeken tevens hetRoyal Palace (ondanks dat het hier communistisch is, toch een soort eerbetoon aan de oude koningen) enzien de zon zakken in de Mekong. 's Avonds eten we in een straatjebij een eetstalletje voor een prijs die 5 keer zo laag ligt als het restaurant van de dag ervoor, en het eten is veel lekkerder.Jemag een bord volscheppen voor 10.000 kip (ca. 1 euro).We hebben hier de afgelopen avondendus ook gegeten :). (Sowieso is de waarde van geld hier wel bijzonder.Zo kostonze hotelkamer70.000 kip per nacht (ca. 7 euro), iets wat we ook zo kunnenuitgeven aan een lekker ontbijtje hier.)Ook mooi: ELKE avond is er een night market met de leukste souvenirs. Ik ben dus inmiddels eenpaar oorbellen, een armbandje, vlaggetjes van de landen die ik bezoek, twee beeldjes en souvenirs voor anderen rijker.(Morgen/zondag reizen we verder, dus danga ik zien of het ook daadwerkelijk in mijn backpack past..).
Verder is Louang Prabang zo klein(Google het maar eens) dat we de hele tijd dezelfde mensen/medebackpackers tegenkomen. Best leuk!Toch ishet een stuk rustiger dan in Thailand, duidelijk minder toeristisch. Een ander verschil: de mensen proberen hier ook aardig te doen, maar het gaat ze nog niet zo makkelijk af als de Thai. Maarit's the effort that counts!
Gisteren (vrijdag 5 november)zijn we in een klein slowboatje naar de Pak Ou-caves gevaren; dat zijn oude grotten waar veel Buddha-beelden in staan. Tussendoor wordt jenog een kwartier lang eenplaatselijk dorpje ingejaagd waar whiskeywordt gebrand. Dat zit nou eenmaal in het pakket dat wordt aangeboden door het reisbureau, maar het is best beschamend: niemand komt voor dit dorpje, dus niemand vindt het heel interessant en de plaatselijke bevolking zit daar maar. De kindertjes zijn er wel heel schattig, dus daar hebben wij ons kwartier mee doorgebracht.Na de Cavesterug met de slowboat enhup, de minivan in, op weg naar deKuang Si-waterval, waar we zwemmen in het koude water en ik zelfs met een touw vanaf een boom het water in slinger (persoonlijk heldinnen-momentje).
Gisteravond wilden we dan toch eens het nachtleven van Louang Prabang verkennen. Hoewel we in DE bar van Louang Prabang zaten (de Hive Bar), was het er heel erg leeg en waren we om half 11 zo'n beetje de laatste gasten. Om 11 uur/half 12 moet sowieso al alles dicht hier, dus is er vrij weinig te doen, dachten we. Echter, toen we in het hotel aankwamen, zaten daar de Lao van het hotel, plus Matt, de jongen uit Nieuw-Zeeland die we op de boot hadden ontmoet. Aan de Lao Lao (whiskey) en vervolgens aan het Beer Lao. De mensen vermaken zich hier dus blijkbaar gewoon thuis! Wij krijgen Beer Lao aangeboden en aangezien het onbeleefd is om af te slaan, worden de eerdere cocktails uit de Hive Bar opgevolgd door bier. Gelukkig kunnen we ons na een tijdje van ze losweken, zodat we vanochtend kater-vrij zijn opgestaan (Matt kwam er een heel stuk slechter vanaf :P).

Dan blijft vandaag nog over. Eigenlijk was er vandaag niet veel meer over dat we nogper se wilden zien, maar omdat we kaartjes hadden gekocht voor een traditioneledansvoorstelling 's avonds, moesten we hiernog een dagje blijven. Vanochtend zijn wedaarom de heuvel opgeweest die hier midden in de stad ligt, om het uitzicht te bewonderen en - uiteraard - om eenWat en Buddha's te bekijken. Daarna naarde Wat That, die vlakbij onshotel ligt. Eigenlijk wilden we daarna samen met Matt en Sophie (de Nieuw-Zeelanders) in een tuktuk naar de Tad Sae-waterval. Helaas blijkt de Lao Lao niet zo goed bevallen bij Matt, dusgaan we met z'n tweeen op pad. Eerst in een tuktuk naar een riviertje, dan 5 minuutjes in een bootje, om vervolgens prachtige watervallen te zien met kristalhelder water.Ik vond deze waterval nog mooier dande Kuang Si watervallen. Wederom poedelen we in het water, terwijl op 5 meterafstand de plaatselijke olifanten worden gewassen. Wat een leven! Ik hoop dat dat moment me nog lang bij blijft (zoiets is helaasmaar lastig op een foto te vangen).
Terug in Louang Prabang eten we een crepe (heerlijk) en gaan we naar de traditionele dansvoorstelling. Denk: mooie Aziatische vrouwen in traditionele rokken, met een gouden 'kroon' op hun hoofd die hun handen zo sierlijk bewegen (wat voel ik me boers); mannen met van die maskers op die reuzen of apen moeten uitbeelden, en die hun handen ook zo sierlijk kunnen bewegen (zelfs de mannen!), met op de achtergrond xylofoon-achtige muziek. Mooi om een keer gezien te hebben.

Morgenochtend stappen we in de VIP-bus en gaan we naar Vang Vieng, een klein (toeristen/backpackers)dorpje ten zuiden van Louang Prabang, waar veel backpackers stoppen om in een band de rivier af te gaan en af en toe bij een barretje naar binnen gehengeld te worden om wat te drinken. Een mooi vooruitzicht dus!

En dan de foto's. Uiteraard hebben we er weer vele gemaakt, maar vanwege het trage internet in Laos (goede test voor je geduld!) staat er een (dit keer echt) kleine selectie op. Enjoy!

De jungle kan ik wel aan, maar vissen aan m'n voeten...

Hallo allemaal! Een berichtje vanuit het hoge noorden van Thailand! Poeh, ik heb alweer een hoop te vertellen, dus zet je maar schrap voor een Lang Verhaal.

Zoals gezegd hebben Corine en ik maandag de nachttrein naar Chiang Mai gepakt. In eerste instantie hadden we de trein van half 8 geboekt, maar die bleek niet te gaan. Die van 6 uur ging echter wel, dus hebben we onze tickets omgeboekt. Vanwege de overstromingen ging de trein tot Ayutthaya (2 uur treinen vanaf Bangkok), en daar zijn we op een bus gestapt naar Lopburi. En wat voor een bus: een echte discobus! Flink beschilderd aan de buitenkant, en aan de binnenkant voorzien van discolampen, discobollen en een DJ-paneel. Daar kan de NS nog een puntje aan zuigen :P. Het was allemaal prima geregeld en om 10 uur 's avonds zaten we in de trein die ons van Lopburi naar Chiang Mai zou brengen. Eerst wat gegeten in de restauratiewagen met een interessante keuze voor achtergrondmuziek (eerst R&B/hiphop, toen Celine Dion (Titanic) en foute boyband-muziek). Daar zagen we al de eerste kakkerlakken.. Corine en Marina (het Franse meisje), die in de bovenste bedden lagen, hebben in de loop van de nacht met nog veel meer kakkerlakken kennis gemaakt (of beter gezegd: de kakkerlakken met hun slippers kennis laten maken), terwijl Anne-Fleur en ik zoet sliepen in de onderste bedden. Of wij nou geen kakkerlakken hadden of dat we ze simpelweg niet zagen zonder bril, dat blijft vooralsnog een mysterie :-). In Chiang Mai hebben we die dag (dinsdag) rustig aan gedaan en hebben we alleen wat marktjes bezocht en een trektocht geboekt voor woensdag en donderdag.

Hoe fantastisch was dat! Ik ben normaal helemaal niet zo'n natuur-fanaat, maar ik vond de jungle echt super. Zoveel mooie watervallen en enorme bomen die helemaal overgroeid zijn door andere bomen. Af en toe zie je door de bomen heen een rijstveld of sta je opeens midden in een rijstveld, prachtig! Onze trek bracht ons naar het Doi Inthanon National Park, ten zuidwesten van Chiang Mai. We begonnen met een half uurtje lopen naar een hutje waar we onze lunch kregen (rijst, uiteraard). Daarna liepen we ongeveer 2 uur langs een rivier op richting een waterval. Met mijn lange broek, Teva's (met sokken) en rugzak-met-heupbanden voelde ik me helemaal oerwoudwaardig. Het was gelukkig goed te doen, af en toe wel een glibberig boomstammetje waar je overheen moet, maar zelfs dat hebben we allemaal gered (het blijft toch een beetje 'Indiana Jones voor Dummies'). Onze groep bestond uit 10 mensen, het merendeel was ouder dan wij (35+): een Nederlander, een Duitser, twee Engelsen en twee Zwitserse hippies (of 'Zwippies', inclusief nordic-walking-stokken..).
Bij de waterval hebben we een half uurtje gezwommen, daarna weer een uur gelopen totdat we de olifanten tegenkwamen! Het waren niet hele grote olifanten (maar nog steeds groot genoeg), en we hebben er een half uurtje op gereden. Niet in een bakje of op een zadel, maar direct op de olifant. Best lastig, zeker als de olifant besluit om een stukje de heuvel af te lopen op zoek naar eten. Ik heb nog steeds spierpijn van het mezelf vastklemmen aan de olifant om te voorkomen dat ik er vanaf zou kukelen. Uiteindelijk vond ik het olifantenritje toch wel tegenvallen. De olifanten lopen een fantasieloos rondje door de junlge, niets bijzonders, en er liepen (naar mijn mening) wat vervelende mannetjes bij die de olifantenbegeleiders waren. Met stokken met punten eraan, waarmee ze af en toe de olifanten in hun kont porden, zodat ik me afvroeg hoe die olifanten eigenlijk worden getraind. Misschien dat ik het achteraf liever niet had gedaan, maar ach, nu ben ik die ervaring ook rijker.

Vieze billen van de olifant (rechts Surin, onze gids, zonder vieze billen)

Na de olifantenrit liepen we een half uur naar het bergdorp waar wij zouden verblijven. Dit dorpje, Phamong genaamd, bestaat uit een tiental hutjes waar circa 45 mensen wonen. Er is een schooltje voor de kinderen, en de mensen zijn zelfvoorzienend met de omliggende rijstvelden en kippen, varkens en koeien die rondlopen. Zodra we het dorpje binnenlopen, komen de kinderen op ons afgestormd met armbandjes om aan ons te verkopen voor 10 Baht. Ze zijn duidelijk al helemaal gedrilld voor het toeristenleven. Ik heb wel een paar armbandjes gekocht; als ik ze dan toch ga kopen, dan geef ik mijn Baht liever aan een kindje in het dorp dan aan een willekeurige verkoper op Khao San Road.
Wij verblijven in de hut van Gippo, een 94-jarige man (een zeer respectabele leeftijd in Thailand!) die constant om ons lacht. Of heeft hij soms gedurende zijn leven teveel marihuana gehad? (Volgens Surin, onze gids, is dat laatste het geval, maar ik denk dat hij ons maar gek vindt). We eten 's avonds uiteraard weer rijst (gelukkig 'mai pit', niet pittig), en we spelen kaartspelletjes met de kinderen. De mensen zijn heel erg vriendelijk. Toch blijft het wel dubbel: aan de ene kant probeer je oprecht contact met ze te maken (bemoeilijkt door de taalbarriere, maar toch), maar tegelijkertijd zit iedereen (waaronder ik) ze te fotograferen en is het ook wel duidelijk dat ze gewend zijn om op de foto te gaan. Toch blijft het een bijzondere ervaring, zeker omdat wij met ons groepje de enige toeristen in het dorp zijn. (Ik verwachtte van tevoren dat we er met heel veel zouden zijn).
Omdat er geen electriciteit is (hoera voor mijn hoofdlampje - bedankt voor de tip, Merel!) liggen we al vroeg in ons bed, maar niet voordat we onze matrassen, dekens en directe omgeving controleren voor muggen en ander ongedierte. In het slaapgedeelte waren eerder die avond namelijk al twee schorpioenen verwijderd; bovendien is het plaatselijke muskietennet niet echt je-van-het. Uiteindelijk heb ik die nacht prima geslapen en heb ik de meeste last gehad van de harde grond onder het dunne matrasje.
De volgende dag ontbeten, afscheid genomen van de mensen en de kinderen en over het glibberige pad naar beneden gelopen. Met een busje gaan we naar het bamboeraften. Of nou ja, raften.. Daarbij denk je toch aan wild water, helm op, etcetera. In plaats daarvan nemen we plaats op een langwerpig bamboevlot (met reddingsvest, dat wel) en kabbelen we rustig de rivier over. Op een relatief wild punt worden we zelfs verzocht af te stappen, langs het wilde water te lopen en dan weer op te stappen. Dat was dus wel jammer, maar het was nog steeds een mooi bamboetochtje.

Needless to say dat we die nacht heeeeerlijk slapen in een echt bed in het Diva Guesthouse. De dag daarna waren we blij dat we de trekking er al op hadden zitten: het was aan het plenzen! Daar gaat onze tempeltour, dachten we.. Gelukkig werd het rond 12 uur droog, dus hebben we alsnog een fiets gehuurd en zijn we langs een aantal tempels gefietst. Superleuk om weer te fietsen! Wel even wennen, want ze rijden hier links (en ook als gekken).

We bezoeken de Wat Chiang Man (de oudste Wat in de stad), de Wat Phra Singh (de mooiste Wat in de Stad), de Wat Chedi Luang (ook mooi) en de Wat Phantao. Die laatste, hoewel zeer mooi, bezochten we eigenlijk per ongeluk, omdat we dachten dat we al bij de Wat Chedi Luang waren. Er bevinden zich namelijk zo'n 300 tempels in de stad, dus je komt er praktisch om de tien meter eentje tegen. Tussendoor hebben we nog Chinese dim sum geprobeerd; een beetje vreemd, maar wel lekker!

Bij de Wat Phantao leren we dat Thai een boeddha hebben voor elke dag van de week, en dat ze weten op welke dag ze geboren zijn. (De Thai die wij spraken waren zeer verbaasd dat wij dat niet wisten). Corine en ik blijken op een maandag geboren, dus 'onze' boeddha is een staande boeddha die een stop-teken maakt; als in: stop vechten, stop oorlog. We maken natuurlijk meteen een donatie voor een lang en gelukkig leven (op maandag dan).

Bij de Wat Phra Singh blijkt ook een monnikenschool of -centrum te zijn. Er lopen veel monniken rond (sommigen rennen, maken grapjes met elkaar, bellen op een mobiele telefoon - grappig gezicht!), en een aantal is zeer geinteresseerd in toeristen om met hen hun Engels te verbeteren. Wij raken in gesprek met bijna-monnik Siam, 20 jaar, komt uit Chiang Rai, en hij is mede naar deze school gekomen omdat zijn ouders geen opleiding kunnen betalen. Echt een interessante ontmoeting! Hij heeft ook mijn naam in Thai in mijn Lonely Planet geschreven (hoewel hij dacht dat ik Karin Tikker heet, dus zo heet ik voortaan in Thai).

Na de Wat Phra Singh hadden Corine en ik nog niet genoeg, dus zijn we op ons fietsje naar de Wat Suan Dok gegaan, iets buiten het centrum van de stad. Dit schijnt een mooie en zeer fotogenieke locatie te zijn (dus ik was al snel enthousiast). Het viel echter wel mee qua mooi-heid, dus zijn we snel teruggefietst om te douchen en een echte Thaise massage te ondergaan! De Lonely Planet zegt hierover dat de meeste mensen het even pijnlijk als aangenaam vinden, en dat lijkt me een zeer juiste omschrijving. De masseuse doet op een gegeven moment dingen met je lijf waarvan je zelf niet had gedacht dat je het kon, maar omdat je zo ontspannen bent laat je het maar allemaal begaan. Gek genoeg voel je je daarna wel ontspannen :-).

Na al dat tempel kijken en gemasseerd worden, hadden we toch nog genoeg energie om naar de Night Bazaar te gaan, waar we heerlijk hebben gegeten en bij allerlei kraampjes met mooie spullen te buiten zijn gegaan. I love Thailand!

Goed, dan vandaag nog (ik zei al dat het een lang verhaal zou worden). Vanmiddag zijn we (toch nog) naar een tempel geweest, dit keer de Wat Phra That Doi Suthep; een tempel op de berg Doi Suthep. Een olifant met een belangrijke relikwie stortte hier ooit ter aarde, en daarom is de tempel op die plek gebouwd. Om er te komen moet je wel wat moeite doen: eerst een trap op met maar liefst 306 treden, en dan kom je boven in een redelijk toeristisch gebeuren (vooral Aziatische toeristen, dat wel), met allerlei 'klassieke' optredens door Thaise kinderen en jongedames, maar toch mooi om te zien. Vooral mooi is het uitzicht over Chiang Mai, toch een grotere stad dan je zou denken!

Terug in de stad zijn we op zoek gegaan naar een 'Fish Spa', zo'n voetenbad met allemaal visjes erin die dan de dode huidcellen van je voeten eten. Aangezien dit in Nederland vrij prijzig is, wilde ik het hier wel eens proberen voor een special price. Met z'n drieen (Corine, Marina en ik) gingen we naar 'Fish Actually' (ik verzin de naam niet) om een half uur lang onze voetjes te laten beknabbelen. Van andere mensen en de medewerkers daar hoorden we dat het de eerst 3 minuten kriebelt, maar daarna minder wordt. Maar niet bij ons! Gierend lagen we met onze voeten in het water, onze impuls bedwingend om ze er weer uit te trekken. Wij heel verbaasd omdat de andere gasten zo rustig met hun voetjes in het water zaten. Blijkt dat wij in de 'heavy tank' zaten! De andere tanks bevatten blijkbaar minder eetgrage visjes, en bovendien zwommen er ook wat behoorlijk grote exemplaren tussen bij ons... (Zie de fotoserie; het is vrij hilarisch, al zeg ik het zelf). De vis-voet-behandeling is echt Heel Raar. Ik vermoed dan ook dat ik dit niet snel weer zal doen..

Net hebben we afscheid genomen van Marina, die naar Ko Phi Phi gaat voordat ze volgende week terug naar Frankrijk vliegt. Zelf gaan we maandag verder reizen naar Laos. Maandagochtend zullen we om 10 uur met de bus vertrekken richting Chiang Khong, een grensdorpje nog noordelijker. Daar zullen we een nacht verblijven en de volgende ochtend in de rij staan voor ons visum, kippen regelen (want daar betalen ze mee in Laos), en met een bootje over naar Huay Xai in Laos. Daar stappen we op de slow boat naar Pakbeng (duurt 1 dag), waar we ook 1 nacht blijven, en dan nog een dagje op de slowboat naar Luang Prabang, een mooie stad in Laos. Ik ben benieuwd!

De foto's staan - as ever - weer op m'n Flickr. Hier vindt je de foto's van de trekking (veel rijstvelden), de tempeltour en de Fish Spa. Corine heeft ook wat filmpjes gemaakt (ze is nu nog aan het uploaden, even geduld :-)) en ook leuke foto's (hoewel haar camera is overleden en ze nu net een nieuwe heeft gekocht).

Ik hoop dat met jullie alles goed is! Verwacht het volgende berichtje maar vanuit Laos (als we niet uit de slowboat gevallen zijn, tenminste :-)).

Bangkok's Backpackersleven

Hallo allemaal!

Vandaag nog even een update vanuit Bangkok. In ons hostel hebben we prima internet, dus foto's uploaden en verhalen schrijven gaat nu nog gemakkelijk. Ben benieuwd hoe dat zal zijn in de rest van Thailand (laat staan Laos/Cambodja).


We zijn nu een paar dagen verder en het backpackersleven begint me wel aardig te bevallen. Het is zo makkelijk om mensen te leren kennen in een hostel! Corine en ik slapen op een ladies dorm met zes andere vrouwen, en wij zijn de enigen die met z'n tweeen reizen. De rest reist allemaal alleen. En ze hebben allemaal evenveel lol met elkaar en met ons. Afgelopen vrijdagavond, na een heerlijke cocktail, raakten we in het hostel aan de praat met een Nederlands meisje (Anne-Fleur). Zij wil ook naar Chiang Mai in het noorden, en stelde voor om samen te reizen zodat we samen een cabin in de nachttrein kunnen delen. Alleen is een cabin voor vier personen... Maar gelukkig vonden we de vierde persoon praktisch toen we ons omdraaiden, want een Frans meisje (Marina) in ons hostel was achtergelaten door haar reisgenootje (ziek naar huis) en wil ook naar Chiang Mai. Et voila: vier personen voor in een cabin! De volgende ochtend hebben we geboekt voor maandagavond. Het is nu nog even afwachten of die trein ook echt zal gaan in verband met de overstromingen in centraal Thailand, maar we gaan het wel zien.

Zaterdagochtend zijn Corine, Marina en ik vertrokken naar een tweede hoogtepunt in Bangkok: Wat Pho. Even wat tempel-terminologie: 'wat' betekent 'tempel'. In deze tempel bevindt zich de Reclining Buddha of Liggende Boeddha, een heeeeel groot beeld dat maar amper in het omringende gebouwtje past. De voeten (ingelegd met parelmoer) zouden geluk brengen en worden dan ook (stiekem) aangeraakt door de bezoekers (en ook door ons natuurlijk). Als je binnenkomt in het gebouw, dan denk je: jemig, wat een herrie! Zijn ze aan de andere kant flink met iets aan het gooien ofzo? Maar als je dan heeerlemaal om de Boeddha bent heengelopen, dan blijkt dat je een bakje met muntjes kunt kopen voor 20 Baht, en die in een hele lange rij van metalen potten kunt gooien (een voor een). Volgens mij om een wens te vervullen o.i.d., want Thaise mensen die de muntjes kochten, zeiden er iets tegen voordat ze ze in de potjes gooiden. Corine en ik hebben dit ook gedaan, wensend voor een behouden thuiskomst :-). Daarna de rest van het Wat Pho-complex bekeken. Wederom vele prachtig gedecoreerde tempels (waar ik op dit moment nog geen genoeg van krijg) en ook een aantal gallerijen met 136 zittende Boeddhas (waar ik nog veel minder genoeg van krijg, zo blijkt ook uit de foto's :-P).

Na What Pho zijn we richting de rivier gegaan, waar we in een Thais tentje hebben gegeten bij een knettergekke Thaise vrouw die ons op geheel eigen wijze begroette:


Vervolgens zijn Corine en ik voor 3 Baht per persoon (= 0,07 euro p.p.) met een river ferry naar de overkant van de rivier gegaan, naar Wat Arun (hier was Marina al geweest). Inmiddels waren we behoorlijk oververhit (het was dan ook het heetste moment van de dag); zo heet dat ik zelfs in mijn Teva's zweetvoeten had. Wat Arun kun je beklimmen met een heeeeele steile trap, en vervolgens heb je een mooi uitzicht over Bangkok. Hier hadden we het echter wel snel gezien, en we zijn lekker met de river ferry en taxi (met airco!) naar het hostel gegaan. Aan het eind van de middag hebben we ons getrakteerd op een Thaise voetmassage, heerlijk! Hoewel er ook wel een hoop afgekneed en -geslagen wordt. Zie de video die Corine maakte op de videopagina! 's Avonds met 5 andere meiden uit het hostel gegeten. Voor het eerst sticky rice met mango geprobeerd, heerlijk!

Vandaag, zondag, wilden Corine en ik op tijd opstaan om vroeg op pad te zijn, voordat het heet wordt. Helaas is dit niet mogelijk in Bangkok, opstaan voordat het heet wordt. Uiteindelijk waren we om 9 uur buiten, en was het al bloedheet. Dapper zetten we voort richting China Town, waar we een wandeling hebben gemaakt over de Chinese markt, met veel interessant eten:



Rond een uur of 1 waren we terug in het hostel, helemaal gaar van de hitte, en vanmiddag hebben we niet heel veel meer gedaan. Rond een uur of vijf zijn we weer met een groep uit het hostel (een stuk of 9) naar Lumphini Park geweest, waar Thaise mensen hardlopen (echt! in dit weer!), dus waren we voor de verandering niet de enige zweterige mensen. Met zijn negenen gingen we in drie tuk-tuks naar het park, en op een gegeven moment onstond er een tuk-tuk-race waardoor we met duizelingwekkende snelheden over de weg reden en door de bocht gingen. Hoewel het wel een coole ervaring was, was het stiekem ook best eng in zo'n open wagentje. Gelukkig hebben we het allemaal overleefd (onze tuk-tuk was als laatste).


Morgen gaan we uitslapen (afgelopen nachten hebben we niet echt heel goed geslapen) en dan eens kijken of onze trein morgenavond ook daadwerkelijk gaat. Fingers crossed! Als 'ie niet gaat, misschien dat we dan wat langer in Bangkok blijven, of met het vliegtuig of de bus naar Chiang Mai gaan (dat schijnt namelijk wel te kunnen).

Mijn foto's staan zoals altijd weer op Flickr. Waarschuwing: het zijn veel Boeddha's dit keer. O ja, Corine heeft ook leuke foto's op haar website staan!